Herfstvakantie 
   |   

Pedagogisch Project

1.    Situering van de onderwijsinstelling

Onze school is een gemengde lagere school die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.

Het schoolbestuur is het Gemeentebestuur van Schilde.

Dit betekent :
Als openbare instelling staat onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting van de ouders is.
De vrije keuze van de cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer wordt gewaarborgd.
Het onderwijs dat binnen onze school door de leerkrachten wordt aangeboden past in het kader van richtlijnen, vastgelegd door het gemeentebestuur in een door haar erkend pedagogisch project.
Dit pedagogisch project bepaalt de aard van het onderwijsaanbod binnen onze school. Van de leerkrachten wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs verschaffen. Alle andere participanten worden verondersteld het pedagogisch project te respecteren.
Beslissingen inzake gemeentelijk onderwijs, rekening houdend met de vigerende onderwijswetgeving, behoren tot de bevoegdheid van de Gemeenteraad. Het gemeentebestuur, als schoolbestuur, heeft dus een verregaande autonomie inzake vormgeving en inhoud van haar gemeentelijk onderwijs. Het pedagogisch project geeft vorm aan deze autonomie. Het is een uitermate belangrijk gegeven en een voortdurende verantwoordelijkheid van een democratisch verkozen gemeenteraad.

 

2.    Fundamentele uitgangspunten
Onze school wil een plaatselijke school zijn die zich richt naar alle kinderen
- zowel naar jongens als naar meisjes;
- zowel naar de beter als naar de minder begaafde kinderen;
- komend uit alle sociale lagen van de bevolking
- van gelijk welke godsdienstige , filosofische of politieke overtuiging;
- van gelijk welke etnische afkomst of nationaliteit.

Dit betekent dat de school respect betoont voor elk kind afzonderlijk, voor de overtuiging en de levenswijze van elk kind. De school zet zich af tegen favoritisme, elitarisme, vooroordelen, discriminatie, racisme of indoctrinatie.
· De school is het product van de fundamenteel democratische overtuiging, dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in de gemeenschap naast elkaar kunnen bestaan. De school voedt op tot respect voor de eigenheid van elke mens. Zij stelt dat de eigen vrijheid niet kan leiden tot de aantasting van de vrijheid van de medemens.
· De school biedt voor alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen overeenkomstig hun mogelijkheden. Zij wakkert zelfredzaamheid aan door leerlingen mondig en weerbaar te maken. De school streeft ernaar de totale persoonlijkheid van elk kind te ontwikkelen: zowel kennisverwerving als attitudevorming, zowel cognitieve, motorische, dynamisch-affectieve als muzisch-creatieve aspecten dienen ontplooid en gevormd te worden.
· Naast het aandacht hebben voor belangrijke sociale aspecten zoals het samenwerken en het samenspelen, het bieden van hulp en bijstand, het meeleven, het solidair zijn moet er ook aandacht zijn voor het meer individualistisch aspect van het zich-goed-voelen met zichzelf en met de anderen (zowel met kinderen als met volwassenen) en dit in een gezonde leefomgeving als een onvervreemdbaar goed van elkeen.
· De school brengt de leerlingen de gedachte bij van het Europese burgerschap en vraagt aandacht voor het mondiale gebeuren en het multiculturele gemeenschapsleven. De school draagt de beginselen uit die vervat zijn in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind en neemt er de verdediging van op.


3. Visie op basisonderwijs
Het schoolbestuur heeft geopteerd de leerplannen van O.V.S.G te volgen om de ontwikkelingsdoelen en eindtermen te bereiken. Daarom willen wij ons ook aansluiten bij hun visie op basisonderwijs en hun kenmerken van goed onderwijs.
3.1 Samenhang
Samenhang houdt in de eerste plaats in dat alle leergebieden waar mogelijk geïntegreerd benaderd worden. De school tracht leersituaties te creëren die voor de kinderen herkenbaar zijn. De doelstellingen van de school hebben niet enkel betrekking op kennis opdoen. Ook het verwerven van inzichten, vaardigheden en attitudes met betrekking tot de verschillende werkelijkheidsgebieden zijn belangrijke doelstellingen. Daarnaast krijgen “leren leren”, “probleemoplossend denken” en “sociale vaardigheden” aandacht door de basisschool heen in de verschillende leergebieden.

3.2 Totale persoonlijkheidsontwikkeling
De school streeft ernaar om bewuste leerlingen te vormen met kritische reflectie op zichzelf en de anderen. Ze schenkt aandacht aan sociale oriëntatie en vaardigheden. De school tracht alle aspecten van de persoonlijkheid op evenwichtige wijze te ontwikkelen.

3.3 Zorgverbreding
De school hanteert instrumenten om de individuele verschillen binnen alle domeinen van de persoonlijkheidsontwikkeling te bepalen en aan te geven, o.a.via een kindvolgsysteem, toetsen en observaties
Dit impliceert dat de eigen werking via gerichte observaties en continue reflectiemomenten wordt bijgestuurd. De school tracht differentiatievormen in te bouwen waarbij elk kind kansen krijgt om op zijn niveau verder te ontwikkelen. De school streeft ernaar het aanbod af te stemmen op de individuele mogelijkheden en houdt daarbij ook rekening met de thuissituatie, zodat kinderen gemotiveerd zijn en bereid zijn om initiatieven te nemen. Dit draagt bij tot het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. De school voorziet remediëringsvormen en betrekt waar het nodig en wenselijk is daarbij ouders en andere instanties.

3.4 Actief leren
De school wenst een positief klimaat te creëren, waarbij elk kind naast specifieke kennis ook zelfstandig en op creatieve wijze vaardigheden en denkhandelingen kan ontwikkelen. Daarvoor tracht de school realistische en betekenisvolle contexten aan te bieden die voldoende uitdagingen bevatten.
De verwerkingsvormen zijn daarbij belangrijker dan de leerinhouden.

3.5 Continue ontwikkelingslijn
De school ontwikkelt instrumenten die de persoonlijkheidsgroei van elk kind weergeven binnen alle domeinen tijdens de hele schoolloopbaan.
Ze biedt voldoende interactie in het schoolteam om gelijkgerichte afspraken i.v.m. methodes en didactisch handelen na te komen, te evalueren en er over te reflecteren.
Ze ontwikkelt initiatieven om de overgang tussen lager en secundair onderwijs vlot te laten verlopen.

 

4. Zorgbeleid
De wijze waarop de school haar zorgbeleid voert:
De school zal haar zorgbeleid uitvoeren op drie niveaus:
· Het niveau van de school.
· Het ondersteunen van het handelen van de leerkrachten.
· De begeleiding van leerlingen.
Op het niveau van de school:
De coördinatie van zorginitiatieven met het oog op een doelgerichte en planmatige aanpak zal gebeuren door het zorgteam/zorgcoördinator van de school/scholengemeenschap.

Ondersteunen van het pedagogisch didactisch handelen van de leraren:
Het zorgteam/zorgcoördinator ondersteunt het pedagogisch didactisch handelen van de leerkracht door in samenspraak initiatieven te ontwikkelen
· om het klasmanagement te verbeteren (differentiatiemodellen en –materialen aan te reiken),
· om remediëringsplannen op te stellen,
· om actief deel te nemen aan gerichte observaties.
 
De begeleiding van leerlingen:
Wanneer het zorgpunt de draagkracht van de groepsbegeleider overstijgt kan de zorgcoördinator tijdelijk door gerichte interventies het individuele kind klasintern of klasextern begeleiden.
 

Besluit
Voor het realiseren van deze leerplannen zullen we bij het uitschrijven van ons schoolconcept rekening houden met bovenstaande maatschappij – kind - en onderwijsvisie.